top of page

Relatieve zeespiegelstijging

Bodemdaling

Wateroverlast

Opdracht 3

 

De relatieve zeespiegelstijging op een bepaalde plek op aarde is de som van de toename van de hoogte van het zeeniveau (absolute zeespiegelstijging) en de lokale bodembeweging. Nederland ondergaat momenteel een bodemdaling van enkele centimeters per eeuw, door inklinking van de bodem en door na-ijleffecten van de laatste ijstijd. Op sommige plaatsen gaat de bodemdaling veel sneller.

Absolute zeespiegelstijging kan worden veroorzaakt door veranderingen in de totale hoeveelheid water in de oceanen (toename van de massa) en in de dichtheid (het soortelijke gewicht) van het aanwezige oceaanwater (toename van het volume).

Voorbeelden van processen die bijdragen aan de toename van de massa zijn het smelten van gletsjers en ijskappen en veranderingen in rivierafvoer. De grootste bijdrage aan de toename van het volume komt van het krimpen of uitzetten van oceaanwater door een temperatuurverandering.

Het smelten van zeeijs heeft geen invloed op de hoogte van de zeespiegel: drijvend zeeijs verplaatst net zoveel water als het eigen gewicht (wet van Archimedes). Als zeeijs smelt, wordt het verplaatste water vervangen door smeltwater. 

 

 

20 minuten

Opdracht 3a

Bekijk de figuur over de relatieve zeespiegelstijging.

Geef drie redenen waarom de absolute zeespiegel stijgt.

Zoek op internet op hoeveel de absolute zeespiegel de komende 100 jaar nog gaat stijgen.

 

Opdracht 3b

Nederland heeft ook te maken met bodemdaling. Welke twee oorzaken worden in de introductietekst genoemd?

Bekijk de kaart Bodemdaling.

De grootste bodemdaling komt voor in Groningen en Flevoland. De oorzaak van deze bodemdaling is echter verschillend. Onderzoek (met behulp van internet) wat de oorzaak van beide dalingen is.

 

Opdracht 3c

Bekijk de kaart Bodemdaling

Niet heel Nederland daalt. Welke provincies stijgen? 

Wat heeft het dalen (en stijgen) van Nederland met de ijstijd te maken (zoek op internet)? 

 

Opdracht 3d

Door de zeespiegelstijging wordt het overstromingsrisico van de Nederlandse rivieren vergroot. Leg dat uit met behulp van een oorzaak-gevolg relatie.

 

Opdracht 3e

Om het overstromingsrisico te beperken zijn er allerlei manieren bedacht om de rivier meer ruimte te geven. Welke manier(en) is of zijn van toepassing op jouw gebied?

Binnen welk onderdeel van de drietrapsstrategie past deze maatregel?

 

Projectleider:

Laat je producten aan de docent zien. Neem de feedback mee terug naar je LWT en bespreek deze. Werk het logboek bij.

Onderzoeker:

Onderzoek wat er met betrekking tot de bovenstaande begrippen over jouw project valt te vinden op internet.

Tekstschrijver:

Schrijf een tekst met behulp van de antwoorden van opdracht 3. Overleg met de maquettebouwer

Maquettebouwer:

Inventariseer op welke manier de rivier meer ruimte krijgt binnen het project. Teken in de schets de maatregelen die worden getroffen.

Planning 

 

WEEK 1 (13 t/m 19 maart)

 

Introductie

Introductie Onderzoek (Periode 5)

 

WEEK 2 (20 t/m 26 maart)

 

Rivieren: natuurlijk systeem 

Opdracht 1

Oefentoetsvraag 1

 

WEEK 3 (27 maart t/m 2 april)

 

Oorzaken voor het toegenomen overstromingsrisico

Opdracht 2

Oefentoetsvraag 2

 

WEEK 4 (3 t/m 9 april)

 

Maatregelen die genomen worden om wateroverlast tegen te gaan  (video en begrippen)

Opdracht 3

oefentoetsvraag 3

 

WEEK 5 (10 t/m 16 april)

Samenvatting leerstof

Schoolexamen

Generale onderzoeksvoorstel

 

17 t/m 23 april

Excursie

 

24 april t/m 7 mei

Meivakantie

 

WEEK 6 (8 t/m 14 mei)

Werken aan de praktische opdracht

Finale onderzoeksvoorstel

 

FINALEWEEK (15 t/m 21 mei)

 

22 t/m 24 mei

Bufferweek

25 mei

Hemelvaartsdag

26 mei

Vrij

 

bottom of page