top of page

Drijvende woningen in Maasbommel

Rivierkleigebied

Dwarsprofiel van de rivier

Wateroverlast

Opdracht 2

 

Buitendijks in een recreatiegebied in de nabijheid van het Gelderse Maasbommel zijn 32 amfibische en 14 drijvende woningen gerealiseerd. De amfibische woningen zijn bevestigd aan flexibele meerpalen en rusten op een betonfundering en kunnen in het geval van hoge rivierwaterstanden omhoog bewegen en drijven. De bevestiging aan de meerpalen zorgt er voor dat een deel van de deining wordt opgevangen. De drijvende woningen zakken bij lage waterstanden en rusten dan op een betonfundering. De betonfunderingen zijn voorzien van rubberen blokken die de woning horizontaal houden. De drijvende en de semi-drijvende woningen hebben een zelfde opbouw, een betonnen bak met daarop een relatief lichte houtskeletbouwconstructie. De betonbakken wegen 72 ton per stuk, de houtskeletbouw ca. 22 ton. Het lage zwaartepunt geeft extra stabiliteit. De betonbakken zijn uitgevoerd in normaal beton met een toeslagmateriaal om ze waterdicht te maken. Op de naden is een extra waterkerende voegenband toegepast.  De betonbakken zijn ongeveer 2 meter hoog en hierdoor alleen als kelder te gebruiken of, als een deel van de woning als splitlevel wordt uitgevoerd, ook als een slaapkamer.De verwachting is dat eens in de vijf jaar het water meer dan 70 cm stijgt en de woningen dan meebewegen. De woningen kunnen een verschil in waterpeil opvangen van 5,5 m. 

 

Bron: website www.water-in-zicht.nl

 

Vanaf ongeveer 2000 voor Christus wonen er mensen in het rivierengebied. In het begin ging men wonen op natuurlijke hoger gelegen delen, vanaf de elfde eeuw zorgde men voor betere bescherming door het aanleggen van dijken.

 

20 minuten

Opdracht 2a

Bekijk de clip Ontstaan van rivierkleigebied. 

Voordat het rivierkleigebied bewoond was werd het gebied gevormd door natuurlijke factoren.

Welke twee exogene processen dragen bij aan het slingeren of meanderen van de rivier?

 

Opdracht 2b

In de natuurlijke situatie zonder dijken kan de rivier gemakkelijk overstromen. Leg in eigen woorden de begrippen oeverwal en komgrond uit. 

 

Opdracht 2c

Naast bewoning op oeverwallen, vestigden sommige zich op kunstmatige heuvels in de komgronden. Hoe heten deze heuvels?

 

Opdracht 2d

Zoek op googlemaps een kaart van jouw project waar de rivier en het omringende landschap goed zichtbaar is. Maak een schermafbeelding en plak deze in een document wat je kan bewerken.

Geef op de kaart de volgende elementen aan: winterdijk, zomerdijk, uiterwaarden, stroomrug, oeverwal, komgrond en kribben

 

Projectleider:

Laat je eerste producten aan de docent zien. Neem de feedback mee terug naar je LWT en bespreek deze.

Onderzoeker:

Onderzoek wat er met betrekking tot de bovenstaande begrippen over jouw project valt te vinden op internet.

Tekstschrijver:

Schrijf een tekst met behulp van de antwoorden van opdracht 2. Overleg met de maquettebouwer

Maquettebouwer:

Probeer met behulp van Googlemaps de landschapselementen binnen jouw project te herkennen. Teken de elementen in op jouw schets

Planning 

 

WEEK 1 (13 t/m 19 maart)

 

Introductie

Introductie Onderzoek (Periode 5)

 

WEEK 2 (20 t/m 26 maart)

 

Rivieren: natuurlijk systeem 

Opdracht 1

Oefentoetsvraag 1

 

WEEK 3 (27 maart t/m 2 april)

 

Oorzaken voor het toegenomen overstromingsrisico

Opdracht 2

Oefentoetsvraag 2

 

WEEK 4 (3 t/m 9 april)

 

Maatregelen die genomen worden om wateroverlast tegen te gaan  (video en begrippen)

Opdracht 3

oefentoetsvraag 3

 

WEEK 5 (10 t/m 16 april)

Samenvatting leerstof

Schoolexamen

Generale onderzoeksvoorstel

 

17 t/m 23 april

Excursie

 

24 april t/m 7 mei

Meivakantie

 

WEEK 6 (8 t/m 14 mei)

Werken aan de praktische opdracht

Finale onderzoeksvoorstel

 

FINALEWEEK (15 t/m 21 mei)

 

22 t/m 24 mei

Bufferweek

25 mei

Hemelvaartsdag

26 mei

Vrij

 

bottom of page