top of page

Wateroverlast

Oefentoetsvraag 2

 

Examenvraag 2011, 2e tijdvak

 

Opdracht

Naast het stellen van de juiste vragen met betrekking tot de bronnen is het belangrijk dat je de vraag goed leest en antwoord geeft op de vraag. Dat lijkt logisch, maar vragen worden vaak verkeerd geinterpreteerd. Probeer met behulp van de stappen uit deze opdracht zo goed mogelijk antwoord te geven op de vraag. Bespreek de antwoorden in je LWT.

 

Bestudeer bron 1 uit het bronnenboekje die bij deze opgave hoort.

 

Gebruik de atlaskaart Nederland Reliëf

 

In de tijd dat er nog geen dijken waren, beschermden de bewoners van de IJsseldelta hun huizen al tegen overstromingen.

Vraag 1 (1 punt)

Op welke manier beschermden de inwoners zich toen tegen overstromingen?

 

Met deze vraag valt 1 punt te verdienen. Je antwoord bestaat uit 1 onderdeel.

 

Toen slaat op de tijd dat er nog geen dijken waren. Er wordt alleen gevraagd naar welke manier. De manier (de wijze waarop) is dus het antwoord op de vraag:

 

In de tijd dat er nog geen dijken waren, beschermden de bewoners van de IJsseldelta zich met behulp van .........

 

Gebruik de atlas.

Een hoge piekafvoer in de Rijn leidt tot een overstromingsrisico in de IJsseldelta. Dit overstromingsrisico wordt nog hoger als er tegelijkertijd een (noord)westerstorm is op het IJsselmeer.

Vraag 2 (2 punten)

Leg uit dat door een (noord)westerstorm op het IJsselmeer het overstromingsrisico in de IJsseldelta nog hoger wordt.

Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

 

Met deze vraag vallen 2 punten te verdienen. Je antwoord bestaat dus ook uit twee onderdelen: een oorzaak en een gevolg. Geef deze aan met bolletjes.

De oorzaak en het gevolg worden in de vraag al benoemd:

  • Door een (noord)westerstorm op het IJsselmeer (oorzaak)

  • wordt het overstromingsrisico in de IJsseldelta vergroot (gevolg).

De vraag is om deze relatie uit te leggen. Bijvoorbeeld:

 

  • Door een (noordwesterstorm op het IJsselmeer zal ............... (oorzaak),

  • daardoor ............. en wordt het overstromingsrisico in de IJssel vergroot (gevolg)

 

In het kader van Ruimte voor de Rivier wordt ten zuiden van Kampen een hoogwatergeul aangelegd (zie bron 1). Eén van de functies van deze hoogwatergeul is het vergroten van de veiligheid in de IJsseldelta.

Vraag 3 (2 punten)

Geef aan

  •   welke functie de hoogwatergeul nog meer kan vervullen;

  •   bij welk onderdeel van de drietrapsstrategie de aanleg van de

      hoogwatergeul past.

 

Met deze vraag vallen 2 punten te verdienen. Je antwoord bestaat dus ook uit twee onderdelen.  Geef deze aan met bolletjes.

 

bij het eerste bolletje wordt gevraagd welke functie de hoogwatergeul nog meer kan vervullen. Nog meer betekent dat er in de vraag zelf al een functie is genoemd, namelijk het vergroten van de veiligheid. Deze functie mag je dus niet meer noemen. Noem wel een functie (een reden waarom de hoogwatergeul wordt aangelegd.

 

Bij het tweede bolletje wordt gevraagd bij welk onderdeel van de drietrapsstrategie de aanleg van de hoogwatergeul het beste past. Klaarblijkelijk bestaat de drietrapsstrategie uit onderdelen (ik gok drie ..). Een van drie onderdelen is dus het juiste antwoord.

 

Gebruik bron 1 en de overzichtskaart van Midden-Nederland in de atlas.

Stelling: het gebied ten zuiden van Kampen is vanuit sociaalgeografisch

oogpunt geschikt voor de aanleg van een hoogwatergeul.  

Vraag 4 (1 punt) 

Geef hiervoor een argument. 

 

Met deze vraag valt 1 punt te verdienen. Je antwoord bestaat uit 1 onderdeel.

 

Hiervoor slaat op het feit dat het gebied ten zuiden van Kampen geschikt is voor de aanleg van een hoogwatergeul. Je antwoord (argument) mag echter allen sociaalgeografisch van aard zijn (dus niet fysischgeografisch). Je antwoord heeft dus met mensen te maken (denk aan de sociaalgeografische brillen)

 

Het gebied ten zuiden van Kampen is geschik voor de aanleg van een hoogwatergeul, omdat ,,,,,,,

 

Planning 

 

WEEK 1 (13 t/m 19 maart)

 

Introductie

Introductie Onderzoek (Periode 5)

 

WEEK 2 (20 t/m 26 maart)

 

Rivieren: natuurlijk systeem 

Opdracht 1

Oefentoetsvraag 1

 

WEEK 3 (27 maart t/m 2 april)

 

Oorzaken voor het toegenomen overstromingsrisico

Opdracht 2

Oefentoetsvraag 2

 

WEEK 4 (3 t/m 9 april)

 

Maatregelen die genomen worden om wateroverlast tegen te gaan  (video en begrippen)

Opdracht 3

oefentoetsvraag 3

 

WEEK 5 (10 t/m 16 april)

Samenvatting leerstof

Schoolexamen

Generale onderzoeksvoorstel

 

17 t/m 23 april

Excursie

 

24 april t/m 7 mei

Meivakantie

 

WEEK 6 (8 t/m 14 mei)

Werken aan de praktische opdracht

Finale onderzoeksvoorstel

 

FINALEWEEK (15 t/m 21 mei)

 

22 t/m 24 mei

Bufferweek

25 mei

Hemelvaartsdag

26 mei

Vrij

 

bottom of page