Absolute zeespiegelstijging
Benedenloop
Bergingsgebied
Bovenloop
Debiet
Dijkverzwaring
Drietrapsstrategie
Fluviaal schaalniveau
Gemengde rivier
Gletsjerrivier
Inklinken
Kanalisatie
Kom
Kribben
Kribverlaging
Meanderen
Middenloop
Neerslagregiem
Nevengeul
Noodoverloopgebied
Obstakelverwijdering
Oeverwal
Ontbossing
Onregelmatiger neerslagregiem
Piekafvoer
Regenrivier
Regiem
Relatieve zeespiegelstijging
Rijnconferentie
Ruimte voor de rivier
Stroomgebied
Stroomrug
Stroomstelsel
Stuw
Terp
Uiterwaard
Vasthouden (retentie)
Verhang
Verharding (verstening)
Verstedelijking
Verstening
Vertragingstijd
Verval
Waterscheiding
Watertoets
Winterdijk
Woerd (terp)
Zomerdijk
Wateroverlast
Begrippen
Voordat je gaat oefenen voor de eindtoets is het belangrijk dat je de begrippen die in de opdrachten voorkomen begrijpt. Je hebt drie lessen de tijd om de betekenis van alle begrippen op te zoeken. Met behulp van internet ga je op zoek naar die betekenis. Voordat je snapt wat een aardrijkskundig begrip nu precies inhoud, moet je vier dingen doen:
Zoek een definitie
Zoek op internet wat de definitie van het begrip is. Een definitie is een korte omschrijving. Definities vind je bijvoorbeeld in een online woordenboek of de encyclopedie, maar ook op wikipedia of scholieren sites. Let er wel op dat je definitie geografisch is. Een passaat is ook een model van een auto, dat is natuurlijk niet wat je voor aardrijkskunde moet leren. Twijfels? Vraag het aan je docent.
Zoek een voorbeeld
Soms is een definitie erg abstract, een voorbeeld kan dan heel erg helpen. Een voorbeeld van een aardverschuiving is bijvoorbeeld een modderstroom in Indonesië na een heftige regenbui.
Zoek een beeld
Veel begrippen of gevolgen van begrippen in de aardrijkskunde zijn zichtbaar in de ruimte. je kan ze zien. Tik het begrip in bij google afbeeldingen om jezelf een beeld te vormen. Soms is dat beeld bekend, bijvoorbeeld van het begrip aardbeving heb je waarschijnlijk wel een beeld vanwege het journaal, maar hoe ziet drainage er uit? Een beeld van een begrip helpt je vaak het begrip beter te begrijpen.
Zoek een kaartbeeld
Als begrippen of gevolgen van begrippen in de ruimte voorkomen, dan kan er ook een kaart van worden gemaakt. Je atlas is een belangrijk hulpmiddel tijdens de toetsen en het examen. Je moet de atlas wel leren kennen! Zoek elk begrip op in het trefwoordenregister en controleer of er een kaart in de atlas staat die over dat begrip gaat. Bekijk de kaart goed, controleer de legenda en probeer te achterhalen wat de kaart je kan vertellen over het begrip.
Werkwijze
Dit is natuurlijk een hoop werk. Gelukkig doe je dit niet alleen, maar werk je samen met je leerwerkteam. Voor dit thema moet je bijna 60 begrippen uitzoeken en leren. Het leren doe je zelfstandig, maar het uitzoeken kan je verdelen. Je zit in een groepje van vier, iedere leerling zoekt dus 15 begrippen uit. Dat zijn vijf begrippen per les, je mag er immers drie lessen over doen.
Planning
WEEK 1 (13 t/m 19 maart)
Introductie Onderzoek (Periode 5)
WEEK 2 (20 t/m 26 maart)
WEEK 3 (27 maart t/m 2 april)
Oorzaken voor het toegenomen overstromingsrisico
WEEK 4 (3 t/m 9 april)
Maatregelen die genomen worden om wateroverlast tegen te gaan (video en begrippen)
WEEK 5 (10 t/m 16 april)
Samenvatting leerstof
Schoolexamen
Generale onderzoeksvoorstel
17 t/m 23 april
Excursie
24 april t/m 7 mei
Meivakantie
WEEK 6 (8 t/m 14 mei)
Werken aan de praktische opdracht
Finale onderzoeksvoorstel
FINALEWEEK (15 t/m 21 mei)
22 t/m 24 mei
Bufferweek
25 mei
Hemelvaartsdag
26 mei
Vrij