Wereldbeeld
Praktische opdracht
Opdracht A
Je gaat tijdens deze les jouw land vergelijken met twee andere landen. Die twee andere landen nemen een andere plek in in het wereldsysteem (centrum-periferie). Deze vergelijking leg je verslag in hoofdstuk vier van je rapport.
In de inleiding beschrijf je welke landen je met elkaar gaat vergelijken en welke indicatoren je gebruikt om de economische, demografische en sociaal-culturele verschillen kenbaar te maken. Vervolgens geef je in drie paragrafen de verschillen en of overeenkomsten weer en probeer je deze te duiden en te verklaren. Je eindigt je hoofdstuk met de conclusie, waarin je de aardrijkskundige regels of generalisaties aan de hand van jouw vergelijking bekracht en verklaart.
Geografen werken met geografische vragen en geografische werkwijzen. Tijdens de aardrijkskundelessen doen wij dat ook. Vragen die je in opdrachten terug vindt of die de docent je steld zijn vaak geografische vragen. Als je kan uitleggen waarom in ontwikkelingslanden het geboortecijfer hoog is geef je antwoord op een verklarende vraag. Wanneer er wordt gevraagd om bijvoorbeeld het BNP per hoofd van Canada van nu te vergelijken met dat van 100 jaar geleden dan gebruik je de geografische werkwijze verschijnselen en giebieden vergelijken in ruimte en tijd.
Opdracht B
We gaan dit jaar aan de slag om geografische vragen en werkwijzen te herkennen en te gebruiken. Inventariseer welke geografische vragen en werkwijzen er zijn (schrijf ze in je schrift bijvoorbeeld) en geef van elk een voorbeeld uit je rapport. Verwijs in je rapport naar deze twee leerdoelen
Planning
WEEK 1 5 t/m 11 september
Les 1
Introductie vak aardrijkskunde
Les 2
WEEK 2 12 t/m 18 september
Les 1
Les 2
Relaties: handel en investeringen
WEEK 3 19 t/m 25 september
Les 1
Relaties: bevolking en migratie
Les 2
WEEK 4 26 september t/m 2 oktober
Les 1
Toets De grensregio Mexico-VS
Les 2
WEEK 5 3 t/m 9 oktober
Les 1
Les 2
WEEK 6 10 t/m 16 oktober
FINALEWEEK
Vergelijking landen
17 t/m 23 oktober
Herfstvakantie
24 t/m 30 oktober
Stage