Begrippen:
Objectieve sociale onveiligheid
Subjectieve sociale onveiligheid
Sociale Cohesie
Buurt- of wijkvoorzieningen
Sociale netwerken
Stedelijke gebieden
Sociale onveiligheid
Leerdoelen:
Weet je/ken je:
-
dat sociale veiligheid zowel objectief als subjectief wordt gemeten en wordt gebruikt bij stedelijk beleid;
Stadsbestuurders hebben het vaak over sociale onveiligheid, de bedreiging van veiligheid die niet van buiten komt (zoals een oorlog of een aardbeving), maar vanuit de samenleving zelf: misdrijven en overtredingen die tot conflicten leiden tussen burgers onderling.
We onderscheiden:
Objectieve sociale onveiligheid
Het aantal criminele feiten dat door de politie is geteld. Deze cijfers kun je in de statistiek van Amsterdam vinden.
Subjectieve sociale onveiligheid
Het gevoel van onveiligheid dat de mensen in de buurt hebben. Dit kun je meten door mensen te interviewen, maar ook door je eigen ervaring te beschrijven.
Opdracht
Met behulp van de statistische gegevens van de Gemeente van Amsterdam en een eigen onderzoekje ga je de objectieve sociale onveiligheid van jouw buurt vergelijken met de subjectieve sociale onveiligheid.
De subjectieve veiligheid wordt beinvloed door:
De sociale cohesie
De bereidheid van de burgers om een actieve rol te spelen in de buurt, elkaar te informeren en te helpen. Dit zou je kunnen achterhalen door bewoners uit de buurt te interviewen of te bevragen.
Buurt- of wijkvoorzieningen
Ontmoetingsplekken waar buurtbewoners elkaar kunnen leren kennen. Dit kunnen wijkcentra zijn, maar ook basischolen (waar ouders elkaar spreken), cafe's of openbare ruimtes zoals een park.
Sociale netwerken
Relaties tussen bewoners van een wijk. Hoe gaan de bewoners in de buurt met elkaar om, kennen ze elkaar? Ook dit zou je moeten bevragen.
Maak een kort verslagje van je bevindingen. Het hoeft geen uitgebreid onderzoek te zijn. Wanneer je enkele mensen (een stuk of drie) bevraagd, is dit ruim voldoende. Controleer de leefbaarheid van jouw buurt op de leefbaarometer.
Planning
WEEK 1 9 t/m 15 januari
Les 1
Introductie thema
Les 2
WEEK 2 16 t/m 22 januari
Les 1
Les 2
WEEK 3 23 t/m 29 januari
Les 1
Les 2
WEEK 4 30 januari t/m 5 februari
Les 1
Evaluatie week 2 en 3
Les 2
Introductie eindopdracht (buurtprofiel, Onveiligheid en openbare ruimte)
WEEK 5 6 t/m 12 februari
Les 1
Werken aan de eindopdracht
Les 2
Werken aan de eindopdracht
Generale PO
WEEK 6 13 t/m 19 februari
Les 1
Werken aan de eindopdracht
les 2
Finale PO
20 t/m 26 februari
Voorjaarsvakantie
FINALEWEEK
(27 februari t/m 6 maart
Toets Stedelijke gebieden
Bufferweek
(7 t/m 12 maart)
Uitvoeren excursie