top of page

Stedelijke gebieden

Achterstandswijken 

Autobezit

Autogebruik

Beleidsstad

Bereikbaarheid

Bestuurlijke netwerken

Bestuurlijk-ruimtelijk vraagstuk

Bewonerskenmerken

Brabantstad

Buurt

Buurtprofiel

Buurt/wijkvoorzieningen

Centrale plaats

concurrentie om de ruimte

Congestie

Creatieve stad

Criminaliteit

Draagvlak

Drempelwaarde

Duale arbeidsmarkt

Fysieke leefbaarheid

Gentrification

Groeikern

Groeistad

Herstructurering

Historische steden

Industriesteden

Innovatie

Kenniscentrum

Kenniseconomie

Leefbaarheid

Locatievraagstuk

Multiculturele stad

Objectieve leefbaarheid

Objectieve sociale (on)veiligheid

Openbare ruimte

Overlast

perceptie

Polarisatie

Probleemwijk

Publiek-private samenwerking (PPS)

Randstad

Regionale samenwerking

Reikwijdte

Ruimtebehoefte

Ruimtelijke segregatie

Sociaal netwerk

Sociale cohesie

Sociale controle

Sociale leefbaarheid

Sociale (on)veiligheid

Sociale segregatie

Stadsvernieuwing

Stedelijke distributie

Subjectieve leefbaarheid

Subjectieve sociale (on)veiligheid

Suburbanisatie

verblijftijd

verkeersknooppunt

verloedering

verzorgingsgebied

Vinexwijk

Wijk

Woningcorporaties

Woningkenmerken

Woonomgeving

Zakelijke dienstverlening

 

Begrippen

 

Voordat je gaat oefenen voor de toets is het belangrijk dat je de begrippen die in de opdrachten voorkomen begrijpt. Je hebt drie lessen de tijd om de betekenis van alle begrippen op te zoeken. Met behulp van internet ga je op zoek naar die betekenis. Voordat je snapt wat een aardrijkskundig begrip nu precies inhoud, moet je vier dingen doen:

 

Zoek een definitie

Zoek op internet wat de definitie van het begrip is. Een definitie is een korte omschrijving. Definities vind je bijvoorbeeld in een online woordenboek of de encyclopdie, maar ook op wikipedia of scholieren sites. Let er wel op dat je definitie geografisch is. Een passaat is ook een model van een auto, dat is natuurlijk niet wat je voor aardrijkskunde moet leren. Twijfels? Vraag het aan je docent.

 

Zoek een voorbeeld

Soms is een definitie erg abstract, een voorbeeld kan dan heel erg helpen. Een voorbeeld van een aardverschuiving is bijvoorbeeld een modderstroom in Indonesië na een heftige regenbui. 

 

Zoek een beeld

Veel begrippen of gevolgen van begrippen in de aardrijkskunde zijn zichtbaar in de ruimte. je kan ze zien. Tik het begrip in bij google afbeeldingen om jezelf een beeld te vormen. Soms is dat beeld bekend, bijvoorbeeld van het begrip aardbeving heb je waarschijnlijk wel een beeld vanwege het journaal, maar hoe ziet drainage er uit? Een beeld van een begrip helpt je vaak het begrip beter te begrijpen.

 

Zoek een kaartbeeld

Als begrippen of gevolgen van begrippen in de ruimte voorkomen, dan kan er ook een kaart van worden gemaakt. Je atlas is een belangrijk hulpmiddel tijdens de toetsen en het examen. Je moet de atlas wel leren kennen! Zoek elk begrip op in het trefwoordenregister en controleer of er een kaart in de atlas staat die over dat begrip gaat. Bekijk de kaart goed, controleer de legenda en probeer te achterhalen wat de kaart je kan vertellen over het begrip.

 

Werkwijze

 

Dit is natuurlijk een hoop werk. Gelukkig doe je dit niet alleen, maar werk je samen met je leerwerkteam. Voor dit thema moet je bijna 60 begrippen uitzoeken en leren. Het leren doe je zelfstandig, maar het uitzoeken kan je verdelen. Je zit in een groepje van vier, iedere leerling zoekt dus 15 begrippen uit. Dat zijn vijf begrippen per les, je mag er immers drie lessen over doen.

Opdracht

Zoek de begrippen thuis uit en deel de begrippen met elkaar in de les. Schrijf de begrippen niet klakkeloos over, maar stel elkaar vragen. Wanneer je een begrip goed kan uitleggen, dan weet je genoeg voor de begrippentoets. 

 

 

Planning 

 

WEEK 1 5 t/m 9 januari

 

Les 1

Evaluatie thema 2

Les 2

Introductie

Excursie Czaar Peterstraat

Leerdoelen

Begrippen

 

WEEK 2 12 t/m 16 januari

 

Les 1

Steden en stedelijke gebieden (video en begrippen)

Les 2

Stedelijke vraagstukken (video en begrippen)

 

WEEK 3 19 t/m 23 januari

 

Les 1

Leefbaarheid van stadswijken (video en begrippen)

Les 2

Begrippentoets

 

WEEK 4 26 t/m 30 januari

 

Les 1

Werkcollege (opdrachten)

Hoorcollege (facultatief) Reikwijdte, verzorgingsgebied en drempelwaarde

Les 2

Werkcollege (opdrachten)

Hoorcollege (facultatief) Samenwerking

 

WEEK 5 2 t/m 6 februari

 

Les 1

Werkcollege (opdrachten)

Hoorcollege (facultatief) Buurtprofiel

Les 2

Werkcollege (opdrachten)

Hoorcolllege (facultatief) Sociale cohesie

 

WEEK 6 1 t/m 5 december

 

Les 1

Evaluatie leerstof

Generale praktische opdracht

les 2

Proefschoolexamen

 

FINALEWEEK 16 t/m 20 februari

Toets Stedelijke gebieden

Finale praktische opdracht

 

23 t/m 27 februari

Voorjaarsvakantie

 

2 t/m 6 maart

Bufferweek

 

 

bottom of page