Stedelijke gebieden
Opdracht 2
Rond en in de stad is het een drukte van belang. Dagelijks komen er duizenden mensen naar Amsterdam. Zij komen met de auto, de trein, stappen over op bus of tram. Daarnaast is Amsterdam ook een knooppunt in het wegennet van Alkmaar naar Utrecht, of van Amersfoort naar Haarlem. Gelukkig moeten die auto's niet allemaal meer door de stad, zij rijden over de ring.
Opdracht 2a
Maak met behulp van kaart GB26A een graaf van de infrastructuur van Amsterdam. Let op: het gaat hier om een graaf, je hoeft de stad niet precies na te tekenen! Neem in je tekening de belangrijkste wegen, spoorlijnen, metrolijnen en tramlijnen op. Markeer met een rood rondje de knooppunten
Opdracht 2b
Vergelijk jouw graaf met de andere leerlingen in jouw leerwerkteam. Welke verschillen zijn er? Verbeter je graaf waar nodig.
Opdracht 2c
Luister 's morgens en 's middags eens naar verkeersinformatie (of bezoek de website). Waar staan in en rond Amsterdam de meeste files? Waarom staan die files juist daar en waarom staan ze daar op dat tijdstip?
Huiswerkopdracht
Deze week ga je foto’s maken van de plekken waar je regelmatig komt. Je gaat deze plekken met een symbool aangeven op een zelfgemaakte kaart. Je maakt daarbij onderscheid tussen de verschillende functies van de stad:
-
Wonen (waar woon jezelf en waar wonen je familie en vrienden?)
-
Werken (waar werk je, waar ga je naar school, van welke diensten maak je gebruik?)
-
Recreatie (waar recreëer je?)
Let op! Je kaart moet tenminste 10 plaatsen bevatten en tenminste van elke functie twee. En vergeet niet een duidelijke legenda toe te voegen. Deze opdracht doe je individueel.
Als je er eenmaal aan toe bent je eerste BMW te kopen, zul je er verder voor willen reizen dan om je scooter vol te tanken. De afstand die je maximaal wilt afleggen om gebruik te maken van een voorziening, noem je de reikwijdte van die voorziening. Het aantal klanten wat een voorziening nodig heeft om te kunnen overleven, noem je de drempelwaarde van een voorziening. Het gebied waarvoor de stad allerlei voorzieningen aanbiedt is het verzorgingsgebied van de stad. Ook spreekt men van een verzorgingsgebied van een voorziening als supermarkt of basisschool. Naarmate een plaats hoogwaardiger voorzieningen heeft, is ook het verzorgingsgebied groter.
Bepaal voor de voorzieningen waarvan jij gebruikt maakt of ze hoogwaardig zijn of niet. Zet de voorzieningen op volgorde van hoogwaardigheid. Bepaal voor elke voorziening het verzorgingsgebied.

Een graaf is een kaart waarin verbindingen op een overzichtelijke manier worden weergegeven. Een graaf is alles behalve een nauwkeurige weergave van de werkelijkheid, maar wel gemakkelijk te lezen voor bijvoorbeeld een treinreiziger.
Planning
WEEK 1 5 t/m 9 januari
Les 1
Evaluatie thema 2
Les 2
Introductie
Excursie Czaar Peterstraat
Leerdoelen
begrippen
WEEK 2 12 t/m 16 januari
Les 1
Steden en stedelijke gebieden (video en begrippen)
Les 2
Stedelijke vraagstukken (video en begrippen)
WEEK 3 19 t/m 23 januari
Les 1
Leefbaarheid van stadswijken (video en begrippen)
Les 2
Begrippentoets
WEEK 4 26 t/m 30 januari
Les 1
Werkcollege (opdrachten)
Hoorcollege (facultatief) Reikwijdte, verzorgingsgebied en drempelwaarde
Les 2
Werkcollege (opdrachten)
Hoorcollege (facultatief) Samenwerking
WEEK 5 2 t/m 6 februari
Les 1
Werkcollege (opdrachten)
Hoorcollege (facultatief) Buurtprofiel
Les 2
Werkcollege (opdrachten)
Hoorcolllege (facultatief) Sociale cohesie
WEEK 6 1 t/m 5 december
Les 1
Evaluatie leerstof
Generale praktische opdracht
les 2
Proefschoolexamen
FINALEWEEK 16 t/m 20 februari
Toets Stedelijke gebieden
Finale praktische opdracht
23 t/m 27 februari
Voorjaarsvakantie
2 t/m 6 maart
Bufferweek