Leerdoelen VWO/HAVO
Voordat je gaat starten met het thema wereldbeeld bekijk je eerst de leerdoelen. In de leerdoelen staat omschreven wat je moet weten of kennen, begrijpen en kunnen.
Opdracht
Schrijf de leerdoelen over in je schrift en houdt tussen de leerdoelen ruimte vrij om later aantekeningen te maken. Bij alle opdrachten die je tijdens dit thema maakt, of dat nu het bekijken van een video of het werken aan je praktische opdracht betreft, koppel je datgene je hebt geleerd aan een van de leerdoelen.
Voor het maken van het schoolexamen
weet je/ken je:
-
de basistopografie van de wereld
-
de betekenis van de begrippen. De begrippen moet je vooral kunnen gebruiken om een vraagstuk op te lossen;
-
welke indicatoren je moet gebruiken om welvaart, welzijn, demografische, politieke en sociaal-culturele kenmerken te meten;
-
hoe het wereldbeeld er voor die indicatoren uitziet;
-
hoe je die indicatoren kan gebruiken om landen met elkaar te vergelijken en om de wereld in te delen in groepen van landen;
-
hoe je een land dat behoort tot het centrum, tot de semiperiferie en tot de periferie kunt herkennen en typeren op economisch, demografisch, sociaal en politiek terrein.
begrijp je:
-
het verband tussen de verschillende (economische, demografische, sociaal-culturele en politieke) patronen op de wereldkaart;
-
het verband tussen het verschil in welvaart aan de ene kant en de verdeling van de beroepsbevolking, de mate van verstedelijking en de positie in het demografisch transitiemodel aan de andere kant;
-
de beperking van de indicatoren op nationaal niveau voor gebruik op een lager schaalniveau;
-
dat de patronen op de wereldkaart voortdurend veranderen;
-
dat je bij de toepassing van een algemene regel altijd rekening moet houden met de lokale/regionale omstandigheden.
kun je:
-
de juiste geografische vragen (beschrijven, verklaren, beoordelen en voorspellen) stellen bij een aardrijkskundig probleem;
-
de juiste geografische werkwijze gebruiken om een aardrijkskundig probleem aan te pakken;
-
de juiste kaartvaardlgheden toepassen om een kaart te bestuderen (selecteren, lezen, indelen, vergelijken, verklaren) of om een kaart te maken;
-
de algemene regels uit dit thema toepassen in een nieuwe situatie;
-
landen die verschillen in ontwikkelingsgraad op een aantal terreinen met elkaar vergelijken;
-
van gegevens een kaart maken;
-
cultuurelementen op een foto onderscheiden;
-
een oorzaak gevolg redenering opzetten.
Wereldbeeld
Planning
WEEK 1 5 t/m 11 september
Les 1
Introductie vak aardrijkskunde
Les 2
WEEK 2 12 t/m 18 september
Les 1
Les 2
Relaties: handel en investeringen
WEEK 3 19 t/m 25 september
Les 1
Relaties: bevolking en migratie
Les 2
WEEK 4 26 september t/m 2 oktober
Les 1
Toets De grensregio Mexico-VS
Les 2
WEEK 5 3 t/m 9 oktober
Les 1
Les 2
WEEK 6 10 t/m 16 oktober
FINALEWEEK
Vergelijking landen
17 t/m 23 oktober
Herfstvakantie
24 t/m 30 oktober
Stage