top of page

Vrouwen bij een waterput in de Thar woestijn, India

Mediterrane vegetatie, kurkeiken in Portugal

Leerdoelen

 

Voordat je gaat starten met het thema klimaat en landschap  bekijk je eerst de leerdoelen. In de leerdoelen staat omschreven wat je moet weten of kennen, begrijpen en kunnen. Schrijf de leerdoelen over in je schrift en houdt tussen de leerdoelen ruimte vrij om later aantekeningen te maken. Bij alle opdrachten die je tijdens dit thema maakt, of dat nu het bekijken van een video of het werken aan je praktische opdracht betreft, koppel je datgene je hebt geleerd aan een van de leerdoelen.

 

Klimaat en landschap

 

Weet je/ken je:

  • Het algemene patroon van luchtstromen binnen de atmosferische circulatie in relatie tot hoge- en lagedrukgebieden en de wet van Buys Ballot;

  • De ontstaanswijze van passaten en moessons in relatie tot de ITCZ;

  • Het verschil tussen warme en koude zeestromen en wat die aandrijft;

  • De zes landschapszones met hun kenmerkende eigenschappen;

  • De acht geofactoren die een analyse vormen van een landschap als dynamisch systeem;

  • Kenmerken, oorzaken en gevolgen van versnelde bodemerosie, verwoestijning en verzilting als vormen van landdegradatie.

 

Begrijp je:

  • De wijze waarop zonne-energie de atmosferische circulatie en oceanische circulatie aandrijft;

  • De samenhang tussen de atmosferische circulatie en de zeestromen enerzijds en het voorkomen van klimaatgebieden en landschapszones anderzijds;

  • De invloed van gebergtes, land en zee op klimaten;

  • De relaties tussen de geofactoren, de wijze waarop een verandering in één geofactor van invloed kan zijn op andere en dit binnen de context van specifieke landschapszones;

  • Dat landschappen zeer divers zijn, dat verschillen binnen landschapszones groot kunnen zijn en dat grenzen tussen landschapszones geleidelijke overgangen zijn;

  • Dat klimaatverandering leidt tot een verschuiving van de landschapszones, maar dat mens, plant en dier zich waarschijnlijk niet geheel op tijd kunnen aanpassen;

  • Dat de gevoeligheid voor landdegradatie verschilt tussen landschapszones;

  • Dat duurzaam landgebruik vormen van landdegradatie kan voorkomen of stoppen.

 

Kun je:

  • Kaarten en bronnen analyseren, met elkaar vergelijken en aan elkaar relateren, vooral op het gebied van het verband tussen klimaat en vegetatie;

  • Klimaatgrafieken analyseren en het heersende klimaat met behulp van de atlas verklaren;

  • De invloed van de mens op natuur en milieu in verschillende landschapszones beschrijven en verklaren;

  • Vanuit de opgedane kennis en vaardigheden kritisch omgaan met nieuwe, mogelijk deels onjuiste of suggestieve informatie;

  • Betrokkenheid voelen voor de aarde op zichzelf en als woonplaats van de mens.

 

Middellandse Zeegebied

 

Voor de toets:

 

Weet je/ken je

  • Kenmerken van het Middellandse zeeklimaat;

  • Kenmerken van het landschap in het Middellandse Zeegebied;

  • Wat een alpien plooiingsgebied en een convergente plaatgrens is;

  • Kenmerken van de vulkanen Etna en Santorini/Thira;

  • De aard, oorzaken en gevolgen van verwoestijning en verzilting als vormen van landdegradatie in het Middellandse Zeegebied.

 

Begrijp je

  • Dat de waterproblematiek in het Middellandse Zeegebied te maken heft met een negatieve waterbalans in de zomer in combinatie met een hoge variabiliteit en intensiviteit van neerslag;

  • Hoe het klimaat in het Middellandse Zeegebied de randvoorwaarden bepaalt voor de mediterrane vegetatie en landbouw, alsmede irrigatielandbouw stimuleert;

  • Dat de waterproblematiek in het Middellandse zeegebied politieke consequenties heeft;

  • Hoe gebergtes in het Middellandse Zeegebied gevormd worden;

  • De samenhang tussen gebergtevorming, aardbevingen en vulkanisme in het Middellandse Zeegebied;

  • De samenhang tussen de eruptie van lava en as enerzijds en de vorming van tuf en een stratovulkaan anderzijds;

  • Waarom een explosieve eruptie plaatsvindt en waarom dit bij de Etna vreemd genoeg samengaat met de eruptie van basalt;

  • Waardoor en wanneer bij Santorini/Thira een caldera is ontstaan.

  • Hoe een gebergte via verwering, erosie, aardverschuivingen en sedimentatie de landvormen krijgt die wij nu waarnemen;

  • Waarom het Middellandse Zeegebied kwetsbaar is voor bodemerosie;

  • Hoe de mens bodemerosie versnelt en welke vormen dit aanneemt;

  • Waarom versnelde bodemerosie tot verwoestijning kan leiden en hoe de bodem zich in minder extreme gevallen kan herstellen;

  • Waarom duurzaam landgebruik vormen van landdegradatie kan verminderen of stoppen in het Middellandse Zeegebied.

 

Kun je:

  • Kaarten analyseren, met elkaar vergelijken en aan elkaar relateren, vooral op het gebied van het verband tussen klimaat en vegetatie;

  • Met behulp van bronnen en de atlas een vraagstuk op het gebied van klimaat en landschap in het Middellandse zeegebied kunnen oplossen;

  • Met andere ogen kijken naar het Middellandse Zeegebied kijken en op basis daarvan je handelen aanpassen om schade aan het kwetsbare landschap te voorkomen;

  • Je gevoelsmatig een voorstelling maken van de impact die een aardbeving heeft op het leven van getroffen mensen.

 

 

Klimaat en landschap

Planning 

 

WEEK 1 31 oktober t/m 6 november

 

Les 1

Introductie klimaat en landschap

Les 2

Introductie Middellandse Zeegebied

 

WEEK 2 7 t/m 13 november

 

Les 1

Onder constructie

Les 2

Onder constructie

 

WEEK 3 14 t/m 20 november

 

Les 1

Generale poster

Les 2

Introductie Praktische opdracht

Finale poster

 

WEEK 4 21 t/m 27 november

 

Les 1

Toets Middellandse Zeegebied

Les 2

Wereldwijde luchtstromen

 

WEEK 5 28 november t/m 4 december

 

Les 1

Wereldwijde zeestromen

Les 2

Landschapszones

 

WEEK 6 5 t/m 12 december

 

Les 1

Landdegradatie

Les 2

Generale presentatie landschapszone

 

 

Bufferweek 12 en 13 december

 

FINALEWEEK 14 t/m 20 december

Presentaties Landschapszones

 

26 december t/m 8 januari

Herfstvakantie

 

 

 

 

 

 

 

bottom of page