top of page

Video 2: Wereldwijde zeestromen

Klimaat en landschap

Wereldwijde zeestromen en klimaten

 

Leerdoelen:

Na deze les weet je/ken je:

  • de betekenis van de begrippen

  • het verschil tussen warme en koude zeestromen en wat die aandrijft.

begrijp je: 

  • de wijze waarop zonne-energie de oceanische circulatie aandrijft;

  • de samenhang tussen de atmosferische circulatie en de zeestrromen enerzijds en het voorkomen van klimaatgebieden en landschapszones anderzijds;

  • de invloed van gebergtes, land en zee op klimaten.

 

Begrippen:

Continentaal of landklimaat (D-klimaat)

Droog klimaat (B-klimaat)

Klimaatgebieden

Koude zeestromen

Maritiem of zeeklimaat (C-klimaat)

Oceanische circulatie

Polair of poolklimaat (E-klimaat)

Tropisch klimaat (A-klimaat)

Warme zeestromen

Zeestromen

 

Opdracht A (huiswerk)

15 minuten

Als het goed is heb je voor deze les de verschillende betekenissen van de bovenstaande begrippen opgezocht. Tijdens de les ga je deze kennis verdelen met je leerwerkteam. Zorg er voor dat je medeleerlingen allemaal een definitie, een voorbeeld en een kaartblad uit de Grote Bosatlas hebben opgeschreven in hun schrift. Zoek van elk begrip een beeld op Google afbeeldingen en bespreek wat je ziet.

 

Opdracht B (huiswerk)

15 minuten

Na het bekijken van de video kun je de volgende vragen beantwoorden:

  • Welke twee soorten zeestromen worden er genoemd?

  • Wat is naast temperatuur een ander kenmerk van een zeestroom?

  • In welke richting stroomt het meeste warme water vanaf de evenaar?

  • Waarom hebben wij in Europa zachtere winters dan in Canada, welke op dezelfde breedtegraad ligt?

  • Hoe komt het dat gebieden die verder van zee liggen gemiddeld een koudere winter hebben?

  • Door de verdeling van welke twee factoren ontstaan er verschillende klimaatgebieden?

  • Wat is het verschil tussen weer en klimaat?

  • Op 7:20 wordt gezegd: “de afstand van de zon tot de evenaar.” Dit is natuurlijk fout., waarom is dit fout?

  • Hoe komt het dat in gematigde zones de bomen hun bladeren kwijt raken in de herfst en in de tropische zones de bomen altijd groen zijn?

  • Welke drie factoren ‘verstoren’ de klimaatgebieden op de wereld?

 

Bespreek de antwoorden in je LWT.

 

Opdracht C

20 minuten

Bepaal nu welke zeestromen van invloed zijn op het klimaat van jouw landschapszone.

Bepaal welke klimaten er in jouw landschapszone voorkomen en hoe deze zich onderscheiden van andere klimaten (oefen hier).

Welke invloed heeft het klimaat op de vegetatie in jouw landschapszone? Bepaal welke planten typerend zijn in jouw zone.

 

Klaar?

Bekijk de begrippen van de volgende les en verdeel deze onder je leerwerkteam. Bekijk de video, maak een samenvatting en controleer je kennis door de bijbehorende vragen te maken.

Planning 

 

WEEK 1 31 oktober t/m 6 november

 

Les 1

Introductie klimaat en landschap

Les 2

Introductie Middellandse Zeegebied

 

WEEK 2 7 t/m 13 november

 

Les 1

Onder constructie

Les 2

Onder constructie

 

WEEK 3 14 t/m 20 november

 

Les 1

Generale poster

Les 2

Introductie Praktische opdracht

Finale poster

 

WEEK 4 21 t/m 27 november

 

Les 1

Toets Middellandse Zeegebied

Les 2

Wereldwijde luchtstromen

 

WEEK 5 28 november t/m 4 december

 

Les 1

Wereldwijde zeestromen

Les 2

Landschapszones

 

WEEK 6 5 t/m 12 december

 

Les 1

Landdegradatie

Les 2

Generale presentatie landschapszone

 

 

Bufferweek 12 en 13 december

 

FINALEWEEK 14 t/m 20 december

Presentaties Landschapszones

 

26 december t/m 8 januari

Herfstvakantie

 

 

 

 

 

 

 

bottom of page