Aardbeving
Aardverschuiving
Afspoeling
Alpien plooiingsgebied
Aride zone
Atmosferische circulatie
Basalt
Boreale zone
Caldera
Convergente plaatgrens
Corioliseffect
Drainage
Duurzaam landgebruik
Dynamisch systeem
Erosie
Explosieve eruptie
Gematigde zone
Geofactoren
Geomorfologie
Geulerosie
Grote windsystemen
Intensiteit van de neerslag
ITCZ
Irrigatie
Irrigatielandbouw
Klimaatgebied
Klimaatverandering
Koude zeestroom
Landdegradatie
Landschapszone
Landvorm
Lava
Mediterraan klimaat
Mediterrane vegetatie
Middellandse Zeeklimaat
Milieuramp
Moesson
Oceanische circulatie
Ontbossing
Overbeweiding
Passaat
Polaire zone
Sedimentatie
Stratovulkaan
Subtropische zone
Tropische zone
Tuf
Variabiliteit in de neerslag
Versnelde bodemerosie
Verwering
Verwoestijning
Verzilting
Warme zeestroom
Waterbalans
Wet van Buys Ballot
Zeestroom
Zone equatoriale lage luchtdruk
Begrippen
Voordat je gaat oefenen voor de toets is het belangrijk dat je de begrippen die in de opdrachten voorkomen begrijpt. Je hebt drie lessen de tijd om de betekenis van alle begrippen op te zoeken. Met behulp van internet ga je op zoek naar die betekenis. Voordat je snapt wat een aardrijkskundig begrip nu precies inhoud, moet je vier dingen doen:
Zoek een definitie
Zoek op internet wat de definitie van het begrip is. Een definitie is een korte omschrijving. Definities vind je bijvoorbeeld in een online woordenboek of de encyclopdie, maar ook op wikipedia of scholieren sites. Let er wel op dat je definitie geografisch is. Een passaat is ook een model van een auto, dat is natuurlijk niet wat je voor aardrijkskunde moet leren. Twijfels? Vraag het aan je docent.
Zoek een voorbeeld
Soms is een definitie erg abstract, een voorbeeld kan dan heel erg helpen. Een voorbeeld van een aardverschuiving is bijvoorbeeld een modderstroom in Indonesië na een heftige regenbui.
Zoek een beeld
Veel begrippen of gevolgen van begrippen in de aardrijkskunde zijn zichtbaar in de ruimte. je kan ze zien. Tik het begrip in bij google afbeeldingen om jezelf een beeld te vormen. Soms is dat beeld bekend, bijvoorbeeld van het begrip aardbeving heb je waarschijnlijk wel een beeld vanwege het journaal, maar hoe ziet drainage er uit? Een beeld van een begrip helpt je vaak het begrip beter te begrijpen.
Zoek een kaartbeeld
Als begrippen of gevolgen van begrippen in de ruimte voorkomen, dan kan er ook een kaart van worden gemaakt. Je atlas is een belangrijk hulpmiddel tijdens de toetsen en het examen. Je moet de atlas wel leren kennen! Zoek elk begrip op in het trefwoordenregister en controleer of er een kaart in de atlas staat die over dat begrip gaat. Bekijk de kaart goed, controleer de legenda en probeer te achterhalen wat de kaart je kan vertellen over het begrip.
Werkwijze
Dit is natuurlijk een hoop werk. Gelukkig doe je dit niet alleen, maar werk je samen met je leerwerkteam. Voor dit thema moet je bijna 60 begrippen uitzoeken en leren. Het leren doe je zelfstandig, maar het uitzoeken kan je verdelen. Je zit in een groepje van vier, iedere leerling zoekt dus 15 begrippen uit. Dat zijn vijf begrippen per les, je mag er immers drie lessen over doen. Zoek de begrippen thuis uit en deel de begrippen met elkaar in de les. Schrijf de begrippen niet klakkeloos over, maar stel elkaar vragen. Wanneer je een begrip goed kan uitleggen, dan weet je genoeg voor de begrippentoets.
Klimaat en landschap
Planning
WEEK 1 31 oktober t/m 6 november
Les 1
Introductie klimaat en landschap
Les 2
Introductie Middellandse Zeegebied
WEEK 2 7 t/m 13 november
Les 1
Onder constructie
Les 2
Onder constructie
WEEK 3 14 t/m 20 november
Les 1
Generale poster
Les 2
Introductie Praktische opdracht
Finale poster
WEEK 4 21 t/m 27 november
Les 1
Toets Middellandse Zeegebied
Les 2
WEEK 5 28 november t/m 4 december
Les 1
Les 2
WEEK 6 5 t/m 12 december
Les 1
Les 2
Generale presentatie landschapszone
Bufferweek 12 en 13 december
FINALEWEEK 14 t/m 20 december
Presentaties Landschapszones
26 december t/m 8 januari
Herfstvakantie