Een boek uit de bibliotheek.
Onderzoek
Voorbereidingsfase
Voordat je aan een onderzoek gaat beginnen moet je heel goed nadenken over het onderwerp dat je gaat kiezen. Je hebt maar zes weken de tijd, je onderzoek kan dus niet al te groot zijn. Wanneer je onderwerp hebt gevonden dat je interessant lijkt, moet je controleren of je onderwerp geografisch kan benaderen. Met andere woorden: kan ik met betrekking tot het onderwerp geografische hoofd en deelvragen formuleren? Een plek of plaats (een gebied wat je kan tekenen op een kaart) is altijd een onderdeel van je vraag. Om je te helpen bij het formuleren van hoofd en deelvragen bekijk je de pagina over geografische vragen. Al je hoofd en deelvragen zijn op deze wijze geformuleerd.
Om de juiste hoofd- en deelvragen te kunnen stellen, moet je eigenlijk al wat voorkennis opdoen. Dat kan door literatuur te verzamelen en te scannen. Wat verstaan we precies onder het onderwerp dat je hebt gekozen, welke problemen uitdagingen zijn er al bekend, etc. Het zoeken van de juiste literatuur is lastig.
De literatuur die je als bron gebruikt moet namelijk betrouwbaar zijn. Een (wetenschappelijk) boek is vaak betrouwbaar (bij twijfel: vraag je docent). Webtekst is vaak niet betrouwbaar, zoek op internet naar betrouwbare bronnen op Google Scolar. Een betrouwbare bron is een pdf (een pdf is natuurlijk niet altijd een betrouwbare bron). Beleidsstukken van Rijkswaterstaat of gemeenten en provincies zijn ook betrouwbaar. Betrouwbare bronnen hebben altijd een literatuurlijst! Ga naar de bibliotheek en kijk of er boeken over jouw onderwerp in de kast staan.
Wanneer je een idee hebt over je onderwerp en de vragen die je gaat stellen, maak je een onderzoeksplan. Hoe ga je het onderzoek aanpakken? Om je te daarbij te helpen kun je kiezen uit verschillende geografische werkwijzen.
Een voorbeeld
Je wilt iets onderzoeken over de vrije tijd van jongeren. Dit onderwerp is niet geografisch. Als je echter gaat onderzoeken waar jongeren hun vrije tijd doorbrengen (waar zal dat zijn?), dan is het onderzoek geografisch (je kunt daar een kaart van tekenen). Deze vraag is natuurlijk veel omvattend. Je kunt dit niet onderzoeken van alle jongeren. Je kan die groep verkleinen door onderzoek te doen naar de leerlingen van het IJburg College. Ook dan nog is de groep erg groot, de leerlingen van 4HV is beter. Die kun je ook gemakkelijk bereiken. Vervolgens kies je een werkwijze. Je zou bijvoorbeeld een onderscheid kunnen maken tussen recreeren op IJburg en het centrum (Verschijnselen en giebieden vergelijken in ruimte en tijd).
Even alles op een rij:
a Oriëntatie: het bedenken en afbakenen van een onderwerp
Formuleer wat je wilt je weten en waarom.
Baken een onderwerp of gebied of dat je wilt gaan onderzoeken.
Zoek over je onderwerp of gebied bruikbare literatuur.
Bepaal hoe je zelf gegevens gaat verzamelen
b Het stellen van een onderzoeksvraag en deelvragen
Een onderzoek begint altijd met een vraag, de hoofdvraag. Op deze vraag ga je proberen doormiddel van onderzoek een antwoord te geven. Het moet wel een aardrijkskundige vraag zijn. Je vraag is duidelijk afgebakend zijn (wat, wanneer, waar?) En je onderzoek moet relaistisch zijn. Je moet het onderzoek ook kunnen uitvoeren.
Een hoofdvraag is vaak complex, Om de hoofdvraag gemakkelijk te kunnen beantwoorden splits je deze op in deelvragen. Je deelvragen geven gezamenlijk antwoord op de hoofdvraag. Formuleer niet meer dan vier of vijf deelvragen.
Voordat je jouw hoofd en deelvragen gaat formuleren, heb je eerst jouw literatuur doorgenomen, zodat je weet welke problemen of uitdagingen er spelen.
c Het formuleren van hypothesen (VWO)
Soms heb je, op basis van de literatuur die je daarover hebt gelezen, al een idee wat het antwoord op de hoofdvraag zal zijn. Zo'n voorlopig te verwachten antwoord noem je een hypothese. Een hypothese geeft een realistisch antwoord op de hoofdvraag, voordat je aan het onderzoek bent begonnen. Aan het einde van je onderzoek geef je aan of je hypothese juist of onjuist was.
d Het maken van een onderzoeksplan
Voordat je aan een onderzoek gaat beginnen, maak je een plan van aanpak. Wat ga je precies doen (boeken lezen, informatie op internet zoeken, een interview houden) en wanneer ga je dat doen? Maak een plan van aanpak, waar je voor elke fase beschrijft wat je werkzaamheden zullen zijn.
Huiswerk
Je levert tijdens de eerste les in week 6 van periode 4 je onderzoeksvoorstel (de voorbereidingsfase) uitgeprint in bij je docent.
Planning
WEEK 1 29 mei t/m 4 juni
Les 1
Presentaties Ruimte voor de rivier
Les 2
Feedback onderzoeksvoorstel
Introductie informatie verzamelen.
WEEK 2 5 t/m 11 juni
Les 1
Zelfstandig werken aan onderzoek
Les 2
Zelfstandig werken aan onderzoek
WEEK 3 12 t/m 18 juni
Les 1
Introductie informatie presenteren
Les 2
Zelfstandig werken aan onderzoek
WEEK 4 19 t/m 25 juni
Les 1
Zelfstandig werken aan je onderzoek
Les 2
Zelfstandig werken aan je onderzoek
WEEK 5 26 juni t/m 2 juli
Les 1
Zelfstandig werken aan je onderzoek
Les 2
Generale onderzoeksverslag
3 t/m 9 juli
FINALEWEEK
10 t/m 16 juli
Bufferweek
11 juli 16:00u
Finale onderzoeksverslag
Vanaf 22 juli
Zomervakantie
