Weer en klimaat.
Klimaat en landschap
Voorkennis
Verschillen in temperatuur
De aarde wordt niet gelijkmatig door de zon verwarmd. Temperatuurverschillen komen tot stand via vier tamelijk vaste regels:
Hoe dichter je bij de polen komt, des te kouder het wordt: dit hangt samen met:
De hoek waarin de zonnestralen op de aarde schijnen.
De afstand die de zonnestralen door de atmosfeer afleggen.
Overdag is het warmer dan ’s nachts: dit hangt samen met de draaiing van de aarde om zijn eigen as.
Door de wisseling van het seizoen verandert de temperatuur: dit hangt samen met de schuine stand van de aardas ten opzichte van de zon.
Hoe hoger hoe kouder: als je 100 meter stijgt, daalt de temperatuur met 0,6°C.
Temperatuurgegevens kun je in kaart brengen met isothermen: lijnen die op een kaart punten met dezelfde temperatuur verbinden.
Lucht en zeestromen
Luchtstromen ontstaan door verschillen in luchtdruk. Lagedrukgebieden ontstaan op plaatsen waar warme lucht opstijgt, op de grond ontstaat dan een tekort aan lucht.
Hogedrukgebieden hebben een overschot aan lucht, daar is de lucht gedaald. Luchtstromen gaan van gebieden met hoge luchtdruk naar gebieden met lage luchtdruk. Zo’n luchtstroom voel je als wind.
Warme zeestromen zijn stromen van relatief warm oceaanwater vanuit warmere gebieden naar koudere streken.
Koude zeestromen zijn stromen van relatief koud oceaanwater vanuit koudere gebieden naar warmere streken.
Weer en klimaat
Weer en klimaat zijn niet hetzelfde:
-
Bij weer gaat het over de toestand van de atmosfeer op een bepaald moment in een klein gebied
-
Klimaat is het gemiddelde weer van een groot gebied, gemeten over dertig jaar. Je kijkt dan naar de gemiddelde neerslag en temperatuur. De twee gegevens worden gezamenlijk weergegeven in een klimaatgrafiek.
Een klimaat van een gebied wordt bepaald door de ligging:
-
Van de evenaar naar de polen wordt het steeds kouder.
-
Hoe verder van de kust, hoe groter het verschil tussen zomer- en wintertemperatuur
-
Hoe verder van de kust, hoe minder neerslag
Klimaten
We onderscheiden de volgende klimaten:
Maritiem of zeeklimaat; klimaat met koele zomers, zachte winters en neerslag gedurende het hele jaar;
Continentaal of landklimaat: klimaat met hete zomers, koude winters en weinig neerslag;
Mediterraan of Middellandse Zeeklimaat; klimaat met warme zomers, zachte winters en neerslag vooral in de winter;
Steppeklimaat; klimaat met weinig neerslag, zodat boomgroei niet mogelijk is, vaak grasland;
Hooggebergteklimaat: klimaat in het hooggebergte met lage temperaturen en veel neerslag in de vorm van sneeuw;
Toendraklimaat; zeer koud klimaat met weinig neerslag (meestal sneeuw);
Tropisch regenwoudklimaat: klimaat met een gemiddelde temperatuur boven 18°C en veel neerslag gedurende het hele jaar;
Savanneklimaat: klimaat met een gemiddelde jaartemperatuur boven 18°C en een duidelijke afwisseling van een natte en een droge tijd;
Woestijnklimaat: klimaat met zeer weinig neerslag en een groot verschil tussen dag- en nachttemperatuur.
