Wereldbeeld
Voorkennis
Demografie
Demografie is de studie van veranderingen in bevolkingsaantal en bevolkingssamenstelling.
De wereldbevolking groeit erg snel. Maar de bevolkingsgroei is onregelmatig verdeeld over de aarde. Vooral in arme landen groeit de bevolking snel, in rijke landen groeit de bevolking minder snel en is deze vaak het gevolg van migratie.
We maken onderscheidt tussen natuurlijke en sociale bevolkingsgroei.
Om landen met elkaar te kunnen vergelijken maken we gebruik van demografische cijfers:
Het geboortecijfer is het aantal levendgeborenen per duizend mensen per jaar.
Het sterftecijfer is het aantal sterfgevallen per duizend mensen per jaar.
Bij een geboorteoverschot is het aantal geboorten groter dan het aantal sterfgevallen.
Een sterfteoverschot is een situatie waarbij het aantal sterfgevallen groter is dan het aantal geboorten.
De bevolking is niet gelijkmatig over de wereld verdeeld. De verdeling van de bevolking over een gebied noem je bevolkingsspreiding. Het aantal mensen dat er gemiddeld per vierkante kilometer in een gebied woont noem je de bevolkingsdichtheid.
Natuurlijke bevolkingsgroei
Het geboortecijfer in arme landen is hoog omdat:
-
Kinderen zorgen voor inkomsten
-
Kinderen zorgen voor een oudedagvoorziening
-
Veel kinderen overlijden
-
Invloed van godsdienst
-
Vruchtbaarheid is iets om trots op te zijn
Het vruchtbaarheidscijfer is het aantal levendgeborenen per duizend vrouwen van 15 tot 44 jaar per jaar.
De levensverwachting is het gemiddelde aantal jaar dat iemand vanaf de geboorte te leven heeft.
De verschillen in leeftijdsopbouw tussen verschillende soorten landen kun je goed zien in een grafiek. Zo’n leeftijdsgrafiek laat voor een bepaald gebied het aantal mannen en vrouwen en de leeftijdsopbouw zien. We onderscheiden drie modellen:
-
Een piramidemodel, typerend voor landen met een snel groeiende bevolking
-
Een klokmodel, typerend voor rijke landen
-
Een urnmodel, typerend voor landen met vergrijzing
Van vergrijzing is sprake als het percentage mensen van 65 jaar en ouder toeneemt. Van ontgroening spreek je als het percentage jongeren beneden 20 jaar afneemt.
Sociale bevolkingsgroei
Als mensen verhuizen van de ene plek naar de andere noem je dat migratie
Gebieden met veel slechte kenmerken of minpunten noem je een afstotingsgebied. Migranten trekken weg uit zo’n gebied. Er ontstaat een vertrekoverschot: er vertrekken meer mensen dan zich vestigen.
Gebieden met veel goede kenmerken of pluspunten noem je een aantrekkingsgebied. Migranten worden door zo’n gebied aangetrokken, zo’n gebied heeft een vestigingsovershot.
Migratie heeft gevolgen voor:
-
De kwantitatieve aspecten van de bevolking, de getalsmatige aspecten van de bevolking
-
De kwalitatieve aspecten van de bevolking, aspecten die betrekking hebben op religie, sekse, ontwikkelingspeil, herkomst en cultuur. Bijvoorbeeld wanneer veel hooggeschoolden uit een gebied wegtrekken (braindrain)
Mensen zijn mobiel, ze verhuizen van de ene woonplaats naar de andere en zelfs over de grenzen van landen heen. We onderscheiden:
-
Emigratie: het verlaten van een land om in een ander land te gaan wonen
-
Immigratie: het binnenkomen in een land om daar te gaan wonen
-
Remigratie of retourmigratie: het terugkeren naar het land van herkomst.
In plaats van migratieoverschot of –tekort gebruikt men dikwijls de term migratiesaldo. Dit is het positieve of negatieve verschil tussen het aantal migranten dat zich vestigt in een gebied.
Aantrekkingsgebieden hebben aantrekkingsfactoren of pullfactoren
Afstotingsgebieden hebben afstotingsgebieden of pushfactoren
Migranten die zich in een ander land vestigen kunnen verschillende motieven hebben:
-
Economische motieven, wanneer migranten verhuizen op zoek naar werk spreek je van arbeidsmigranten
-
Sociale motieven, wanneer migranten verhuizen bijvoorbeeld vanwege gezinshereniging. Men spreekt dan van kettingmigratie of volgmigratie
-
Politieke of godsdienstige motieven
Naast gezinsherenigde migratie maakt onderscheid men gezinsvormende migratie. In het laatste geval zoekt men een partner in het land van herkomst
Vaak wonen migranten in eigen woonwijken. Men spreekt dan van ruimtelijke segregatie.
Economische geografie
Bij aardrijkskunde gebruiken we drie manieren om de ontwikkeling van een land te meten:
-
Bruto Nationaal Product per hoofd (BNP per hoofd)
-
De verdeling van de beroepsbevolking
-
Welzijn
Welzijn meet je door te kijken naar:
-
Levensverwachting
-
Koopkracht
-
Analfabetisme
Aan de hand van deze drie manieren kun je de wereld in drie groepen landen verdelen:
-
Centrum
-
Semi-periferie
-
Periferie
Meestal wordt er nog gesproken over onontwikkelde en ontwikkelde landen. Deze tweedeling is niet helemaal correct, wanneer is een land immers ontwikkeld. Toch gebruiken we het woord ontwikkelingslanden nog als het gaat over de landen die niet behoren tot de rijke geïndustrialiseerde landen.
Culturen
Een cultuur is de manier waarop een groep mensen samenleeft. Cultuur is aangeleerd.
Een cultuur herken je aan cultuurelementen. De belangrijkste cultuurelementen zijn:
-
Taal
-
Godsdienst
-
Gewoonten
Mondiaal onderscheiden we vijf cultuurgebieden:
-
Islamitische wereld
-
Afrika ten zuiden van de Sahara
-
Latijns-Amerika
-
Zuidoost Azië
-
Westerse wereld
Culturen veranderen door de tijd. De laatste honderd jaar vindt er een duidelijke verwestersing plaats, met name amerikanisering. Cultuurverandering gaat ook steeds sneller.