Leefomgeving
Begrippen:
MAVO/HAVO:
Kenniseconomie
Dienstensector
Kennisstad
Creatieve industrie
Creatieve stad
Bedrijfsverzamelgebouwen
Leefbaarheid
Smart City
Duurzame stad
Verstedelijking
Openbaar vervoer
Belevingseconomie
HAVO:
Sciencepark
Vertical farms (zie bron 7.20)
Crowd monitoring (zie bron 7.20)
Stedelijke functies
Leervragen:
-
Wat is de betekenis van de begrippen?
-
Hoe zie je aan de inrichting van een stad dat deze is gebaseerd op een kenniseconomie? Welke voorzieningen zijn er dan?
-
Hoe zorgt de creatieve industrie ervoor dat de leefbaarheid in de binnenstad er op vooruit gaat?
-
Op welke twee manieren kan een stad duurzamer worden?
-
Hoe kan de stad het kennisniveau vergroten?
-
Noem drie voorbeelden van hoe steden zich richten op de belevingseconomie.
Opdracht A
Lees de titel bovenaan de bladzijde. Wat weet je al over stedelijke functies? Of waar moet je aan denken als je de titel leest? Schrijf dat in je schrift.
Opdracht B
Voordat je de leervragen kan beantwoorden moet je de betekenis van de woorden uit de tekst van het basisboek-nummer kennen. In de tekst staan verschillende begrippen:
Blauw dik-gedrukte woorden
Dit zijn begrippen die in het basisboek-nummer worden uitgelegd.
Zwart-dik-gedrukte woorden
Dit zijn begrippen die al eerder in het boek (in een ander basisboek-nummer zijn uitgelegd. Gebruik het register (vanaf bladzijde 170) om de betekenis van dat begrip op te zoeken.
Van zowel de zwart- als blauw-dikgedrukte woorden maak je een begrippenlijst waarin je de betekenis van het begrip beschrijft.
Soms staan er in de tekst woorden die geen begrip zijn, maar waar je de betekenis niet van kent. Vraag aan je docent wat het woord betekent of zoek het thuis op internet op.
Opdracht C
Lees de tekst B190, nu je de begrippen kent, nog eens goed door.
Probeer nu antwoord te geven op de tweede leervraag. Schrijf het antwoord in je schrift. Probeer bij je antwoord zoveel mogelijk begrippen te gebruiken.
Lees de volgende tekst B191 en beantwoord de derde leervraag, etc
Opdracht D (eventueel huiswerk)
Bekijk de bronnen die bij jouw basisboek nummers horen aandachtig.
Zoek zelf de volgende bronnen bij je stukje tekst:
-
Een video (schoolTV) over jouw onderwerp. Schrijf de titel in je schrift.
-
Een afbeelding die goed past jouw onderwerp. Sla deze op in een tekstbestand.
-
Een nieuwsbericht over jouw onderwerp. Sla de link op in een tekstbestand.
Aan het einde van de les presenteren we het antwoord op de eerste leervraag aan de rest van de klas