Leefomgeving
Begrippen:
MAVO:
Stad
Binnenstad
Stadscentrum
Centrale zakenwijk
Industriële revolutie
Oude woonwijken
Ruimtegebruik
Suburbanisatie
Creatieve industrie
Stedelijke vernieuwing
Ruimtegebruik
Woningdichtheid
Inrichting
Ruimtelijke ordening
HAVO:
Central Business District (CBD)
Cityvorming
Re-urbanisatie
Urbanisatietempo
De stad groeit
Stedelijke groei en planning
Leervragen:
-
Wat is de betekenis van de begrippen?
-
Uit welke wijken bestaat het model van de stad?
-
Hoe verandert het ruimtegebruik in de stad? Geef drie voorbeelden.
-
Wat is de relatie tussen ruimtegebruik en woningwaarde? Wat hebben die twee begrippen met elkaar te maken?
-
Hoe wordt in Nederland de inrichting van de ruimte bepaald?
Opdracht A
Lees de titel bovenaan de bladzijde. Wat weet je al over stedelijke groei of planning? Of waar moet je aan denken als je de titel leest? Schrijf dat in je schrift.
Opdracht B
Voordat je de leervragen kan beantwoorden moet je de betekenis van de woorden uit de tekst van het basisboek-nummer kennen. In de tekst staan verschillende begrippen:
Blauw dik-gedrukte woorden
Dit zijn begrippen die in het basisboek-nummer worden uitgelegd.
Zwart-dik-gedrukte woorden
Dit zijn begrippen die al eerder in het boek (in een ander basisboek-nummer zijn uitgelegd. Gebruik het register (vanaf bladzijde 170) om de betekenis van dat begrip op te zoeken.
Van zowel de zwart- als blauw-dikgedrukte woorden maak je een begrippenlijst waarin je de betekenis van het begrip beschrijft.
Soms staan er in de tekst woorden die geen begrip zijn, maar waar je de betekenis niet van kent. Vraag aan je docent wat het woord betekent of zoek het thuis op internet op.
Opdracht C
Lees de tekst B179, nu je de begrippen kent, nog eens goed door.
Probeer nu antwoord te geven op de tweede leervraag. Schrijf het antwoord in je schrift. Gebruik zoveel mogelijk begrippen in je antwoord.
Lees vervolgens de volgende tekst B180 en geef antwoord op de derde leervraag, etc.
Opdracht D (eventueel huiswerk)
Bekijk de bronnen die bij jouw basisboek nummers horen aandachtig.
Zoek zelf de volgende bronnen bij je stukje tekst:
-
Een video (schoolTV) over jouw onderwerp. Schrijf de titel in je schrift.
-
Een afbeelding die goed past jouw onderwerp. Sla deze op in een tekstbestand.
-
Een nieuwsbericht over jouw onderwerp. Sla de link op in een tekstbestand.
Aan het einde van de les presenteren we het antwoord op de eerste leervraag aan de rest van de klas
